05 10 2005

Kan ik er iets aan doen?

90% kans dat u (nog geen) mantelzorger bent.
“Gefeliciteerd!”

En u kunt er inderdaad iets aan doen.

U kent vast wel iemand in uw kennissen- of familiekring die voor een langdurig zieke of gehandicapte naaste zorgt. Soms is men al zo gewend dat zij of hij die zorg geeft, dat er niet meer bij stilgestaan wordt, dat hij of zij mantelzorger is. Gaat het hem of haar gemakkelijk af? Vliegt ze ook wel eens tegen de muren op? Hoe is de nachtrust?
De meeste mantelzorgers zullen dat uit zichzelf nooit vertellen. En als je zo ’s vraagt: “Hoe gaat ‘t ?” dan is ‘t antwoord vast en zeker: “Oh, goed hoor”. 

Maar vraag nou eens dóór.:  “Doe je dat allemaal in je eentje?  Kun je het ’s nachts gemakkelijk rooien? Je hebt zeker extra was met al dat beddengoed?  Hoe doen jullie het als je boodschappen moet doen? Komt er dan iemand anders oppassen, of vlieg je zo snel mogelijk heen en weer? Krijgen jullie nog vaak visite? Ben je nog steeds lid van die vereniging? Kun je zondags gemakkelijk naar de kerk? Hoe denkt de verzorgde over een vervanger voor jou als je eens even weg wilt?”
Alle kans, een heel grote kans zelfs, dat de mantelzorger dan gaat praten. Het is zo belangrijk voor ze, eens even hun hart uitstorten.
 Maar helaas, de meeste kennissen en familieleden kennen het verhaal al, of hebben het geduld niet om echt een luisterend oor te bieden.
En dat is toch zo verschrikkelijk belangrijk! Daarom is de lotgenotengroep zo fijn. Daar weten ze waar je het over hebt. Maar u kunt er dus ook iets aan doen. Alleen al door eens te luisteren.