Beroerd genoeg, maar de vader in het gezin is helaas erg ziek geworden. Hij kreeg MS en ook nog eens een infarct en is nu meer dan rechtszijdig verlamd. Omdat de moeder ook een drukke baan heeft, is het logisch dat de kinderen ( dochter van 16 en zoon van 11 ) thuis meer meewerken dan in een normale gezinssituatie. Zoon Luuk heeft daar vanaf het begin problemen mee gehad. Dochter Eileen is soepeler in de ‘verzorging’ gestapt. Niet alleen de huishoudelijke taken, maar ook veel zorgtaken bij vader werden al snel door haar overgenomen van moeder. Daar werd verder niet veel drukte over gemaakt. ‘Dat doe je immers.’
Na vijf jaar, de uitputtende therapie heeft weinig uitgehaald bij de vader, is de gezinssituatie weinig veranderd. Moeder moet de inkomsten veilig stellen, vader is een kasplantje aan het worden, Eileen is de tweede moederfiguur in huis geworden ondanks haar laatste deel HBO-studie en naderend eindexamen. Bij Luuk is echter een verandering opgetreden.
Het contact met zijn vader is verbeterd. Hij accepteert nu, aan het eind van z’n puberteit, dat hij geen vader heeft waarmee je kunt voetballen, sjouwen of ouwehoeren in de sportkantine. Maar wel een vader waar je constant rekening mee moet houden. En hij begint ook mee te helpen bij de verzorging van vader.
Tijdens de verjaardagfeestjes wordt luide verkondigd, hoe geweldig het is, dat Luuk nu zelfs al een wasbak met water aansleept en zijn vader helpt z’n gezicht en handen eens lekker op te frissen.
Omdat Eileen steeds stiller en stiller wordt, vraagt haar moeder, die dat wel merkt, wat er aan de hand is.”Verkering uit? Ruzie met medestudenten? Zeg het maar.”
En dan breekt er een dam door.
“Ik loop me al vijf jaar rot te sjouwen voor pappa. Ik was zelfs z’n billen en z’n hele tralala. Als hij gekotst heeft, maak ik alles weer schoon bij hem en in z’n bed. En daar hoor ik nooit iets van. Hoeft ook niet voor mijn part. Maar als dat rotjong eens een keer een bakkie water pakt, dan is hij opeens de geweldigste die er is. Nou je kan me wat ! Als hij zo goed is, dan doet hij het allemaal maar in het vervolg! A ju! Ik ga wel op kamers wonen, net als alle anderen!”    

Het mag duidelijk zijn, dat er bij de jonge mantelzorger Eileen een grens bereikt is. Dat bereiken van die grens wordt niet zozeer veroorzaakt door de zorgtaak, maar vooral door andere omstandigheden in het gezin. Het eind-puberen van een jonger broertje; de sleur en gewoontevorming van de gang van zaken in het gezin; de vanzelfsprekendheid dat meisjes maar moeten zorgen en dat logischerwijs beter in de vingers hebben dan jongens (?); het tijd- en voldoende aandachtgebrek van moeder voor haar opgroeiende dochter. En zo zijn er nog een aantal redenen te noemen.
Net zo goed, als er bij de indicatiestelling ook van de situatie van de mantelzorger moet worden uitgegaan om een juiste zorgsamenstelling te bereiken, zo moet er ook op de gezinssituatie gelet worden. Niet alleen maar door de indicatie-functionaris , maar ook door andere bezoekers ( familie, mantelzorgconsulent, huisarts, pastor, thuiszorg/-verpleging). En bij de lotgenotencontacten kan het een onderwerp van gesprek vormen.
Het eventueel bereiken van deze grens is nog gevaarlijker dan de eerdere voorbeelden. Niet alleen dat het meisje afknapt / afhaakt, maar bij een eventuele gezinsbreuk kan bijvoorbeeld het daarna optredende schuldgevoel bij moeder en dochter en bij de vader als patiënt, voor de toekomst een ontstellend grote invloed gaan uitoefenen op de relaties binnen dit gezin.

Eerder geplaatst in ‘De Mantelzorgkrant’.

W.A.Klein